Loading
Even geduld a.u.b. het magazine wordt geladen...

Binnen de muren
van de
mannenopvang

In de mannenopvang van Arosa in Rotterdam is plek voor zeven mannen. Een van die slachtoffers is Ishaan*, van 57 jaar oud. Hij zit hier nu bijna vijf maanden en vertelt zijn verhaal.

Door Indie van de Ven

Waarom zit je hier?

“Mijn vrouw en twee zonen hebben mij uit huis ‘gepest’. Mijn oudste zoon woonde op zichzelf, samen met zijn vrouw en kinderen. Op een gegeven moment raakte hij in de schulden en kon hij de huur van zijn woning niet meer betalen. Hij is toen door de gemeente uit huis gezet en had een plek nodig voor zichzelf en zijn gezin. Hij wilde weer bij ons intrekken, maar hiervoor moest ik volgens mijn zonen het huis uit. Mijn vrouw en ik zijn al veertig jaar getrouwd en hebben nog nooit huwelijksproblemen gehad, maar mijn kinderen hebben haar zo gemanipuleerd dat ook zij begon te geloven dat ik inderdaad weg moest. Ik werd beschuldigd van vergiftiging en werd geslagen door mijn zonen én vrouw. Op een gegeven moment is dat zo geëscaleerd dat mijn oudste zoon met een mes voor mij stond en riep dat ik dood moest. Dat was voor mij het moment om naar de politie te stappen.”

Wat gebeurde er met die aangifte?

“Niets. De politie heeft mij enorm in de steek gelaten. Ik was degene die bedreigd werd en vreesde voor mijn dood, maar tegelijkertijd was ik ook degene die het huis moest verlaten. Ik heb aangifte gedaan voor diefstal, fraude en poging tot moord, maar mijn vrouw werd geloofd en daarmee ook mijn zonen. Mijn gezin loog tegen de hulpverleners van Veilig Thuis en een paar dagen later werd mijn telefoon in beslag genomen door de politie. Er werd gedacht: die man moet eruit.”

Kon je direct terecht bij deze opvang?

“Voordat ik terecht kon bij de mannenopvang, heb ik eerst vier maanden moeten overbruggen. Ik heb gewoond bij het Leger des Heils, in hotelkamers en het crisiscentrum. Ook heb ik in totaal ongeveer twintig nachten op straat geslapen. Gelukkig kon ik hier op een gegeven moment terecht, maar dat heeft wel even geduurd.”

Hoe ervaar je het binnen deze mannenopvang?

“Ik kan niet zeggen dat ik blij ben, maar ik ben wel dankbaar dat ik hier kan wonen. Ik weet namelijk ook dat er soms wachtlijsten zijn en dat je hier echt niet zomaar binnenkomt. Je moet daarvoor echt goed in de problemen zitten. Daarnaast heb je geld nodig om je huur te betalen en dat is ongeveer zeshonderd euro per maand. Als ik eerlijk ben, voel ik me hier best alleen. Ik kijk de hele dag televisie en verder kan ik niet echt iets doen.

Ik vind het fijn dat ik een dak boven mijn hoofd heb, maar het is voor mij best moeilijk om voor mezelf te zorgen. Mijn vrouw kookte bijvoorbeeld altijd, nu eet ik bijna elke dag kant-en-klare maaltijden van de supermarkt. En aangezien ik suikerziekte heb, is goed eten heel belangrijk voor mij. Ik hoop dat er binnenkort goed nieuws komt en dat de gemeente een sociale huurwoning voor mij heeft gevonden. Maar ik weet ook dat dit waarschijnlijk nog wel even kan duren.”

Zijn er, naast hulpverleners, ook anderen met wie je hierover kan praten?

“De rest van mijn familie woont niet in Nederland en mijn vrienden geloven mij niet helemaal. Die denken al snel: het verhaal zit andersom in elkaar. Dat vind ik erg lastig, want hierdoor heb ik eigenlijk helemaal niemand om mee te praten.”

Waar ben je het meest boos over?

“Ik ben bozer op de politie en overheid dan op mijn gezin. Ik weet dat mijn gezin mij slachtoffer heeft gemaakt van huiselijk geweld, maar het is de politie die er verder niets mee heeft gedaan. Die woede gaat heel ver. Ik leef constant met angst en verdriet. Voor mannen geldt: zoek het maar uit. Je bent als man altijd schuldig en dat vind ik schandalig.”

Simone werkt als hulpverlener bij Arosa en is gespecialiseerd in huiselijk geweld. Ze verleent onder andere hulp aan Ishaan.

Simone komt regelmatig verhalen tegen van mannen die onterecht zijn bestempeld als dader. Zij hebben hierdoor onterecht een huis- of contactverbod gekregen. “De rollen worden vaak omgedraaid waardoor er valse beschuldigingen plaatsvinden. Ik ken veel verhalen van mannen die een huisverbod hebben gekregen, maar die uiteindelijk slachtoffer bleken te zijn.” Simone vindt dat de politie hier beter op moet letten, maar het is volgens haar vaak ook heel lastig om te bepalen wie nou precies het slachtoffer is. “Soms wordt er iets over het hoofd gezien en draaien plegers het verhaal volledig om. De waarheid is daardoor bijna niet te zien voor de politie op dat moment.”

Wachtlijsten

Simone vertelt dat er mannen zijn die hulp nodig hebben, maar waar geen plek voor is. “We hebben laatst negen mensen op de wachtlijst gehad. Vaak hebben zij dan al zelf iets geregeld, voordat er hier plek is. We moedigen dat ook aan, want wachten op de opvang is kostbare tijd die je kan inzetten om een woning te zoeken. Dat gaat bijvoorbeeld via het wijkteam of inschrijfadressen via de gemeente. Soms wordt iemand opgevangen bij de daklozenopvang. Dat is allemaal niet ideaal, maar anders moeten deze mannen op straat slapen.” Ze legt uit dat er binnen de opvang in totaal plek is voor zeven mannen. Dit terwijl er in heel Rotterdam voor vrouwen veel meer wordt geregeld: er is een crisisopvang, een plek voor slachtoffers met psychische problemen of een verstandelijke beperking, een aparte locatie voor slachtoffers met verblijfsproblematiek en er worden soms zelfs vrouwen opgevangen in de gevangenis. Dat is er voor mannen gewoon niet.”

“Op het moment dat iemand wordt geweigerd bij onze mannenopvang, is het aan de gemeente om daar iets mee te doen. Vanuit daar gaat de zoektocht verder, maar dat lukt niet altijd.”

Beperkt aanbod

Je moet volgens Van den Bos erg zelfstandig zijn om hier te kunnen wonen. Ze schetst het verhaal van een man die hier een poos geleden onderdak vond: “Deze man bleek helemaal niet voor zichzelf te kunnen zorgen en was na een tijdje ook vervuild. Hij had veel hulp nodig en uiteindelijk is besloten dat hij weg moest. Deze man is toen verplaatst naar een jongerenopvang die begeleid wonen aanbiedt.” Toch heeft de man in kwestie nog geluk: “Op het moment dat iemand wordt geweigerd bij onze mannenopvang, is het aan de gemeente om daar iets mee te doen. Vanuit daar gaat de zoektocht verder, maar dat lukt niet altijd.” In tegenstelling tot de mannenopvang, hebben opvanglocaties voor vrouwen een soort trechter waardoor alles wat binnenkomt, wordt onderverdeeld. “Vanuit daar wordt gekeken naar wat het beste bij jou past als cliënt. Dat kan bij ons niet omdat we maar één afdeling hebben.”

Hulp voor Ishaan

Arosa biedt Ishaan, buiten een opvangplek, ook hulpverlening. Zo heeft Simone hem geholpen met het aanvragen van een uitkering en is ze momenteel bezig met het regelen van een dagbesteding, omdat Ishaan moeilijk aan werk komt. Ook heeft hij een urgentieverklaring gekregen zodat er zo snel mogelijk een huis aan hem wordt toegewezen. Daarnaast komt hij elke week bij Van den Bos langs om zijn hart te luchten: “We bespreken dan hoe het met hem gaat en hoe hij zich voelt.” Toch zijn mannen volgens haar wat praktischer ingesteld. “Ze willen eerst de basisdingen zoals inkomen en een woning op orde hebben, voordat ze aan het emotionele stukje toekomen.” Daar is volgens haar ook contactgroei voor nodig: “Je moet elkaar eerst wat beter leren kennen voordat iemand zijn zorgen durft te delen.”

*dit is niet zijn echte naam


5/15
1. Cover
2. Inhoudsopgave
3. Voorwoord
4. Het gaat niet om sekse, het gaat om gender
5. Binnen de muren van de mannenopvang
6. Mannenopvang feiten en cijfers
7. Clientinterview
8. Cultuursensitief werken door Jeroen Mastwijk
9. Overzicht hulpverlening en support
10. Vivienne de Vogel over vrouwen die geweld plegen
11. Ex-pleger aan het woord
12. Ervaringsdeskundige mannenmishandeling aan het woord
13. LHBTI: factsheet met feiten en cijfers
14. Seksueel geweld tegen mannen
15. Signalenkaart & Tips
 SLUIT