Blog

Thuis niet best
Nieuws

Thuis niet best

Vrouwen plegen bijna net zo vaak huiselijk geweld als mannen: naar schatting is in veertig procent van de gevallen er (ook) sprake van  mannenmishandeling. Vaak gaat het om psychisch geweld, maar ook fysieke agressie komt voor. Sylvia was jarenlang pleger en gebruikte geweld tegen zowel haar ex-partner als haar oudste zoon. “Als ik er met woorden niet uitkwam, werd ik fysiek. Eén keer heb ik zelfs een grote fauteuil naar mijn toenmalige vriend gegooid.”

Huiselijk geweld kent Sylvia (48) maar al te goed uit haar eigen jeugd: ze groeide op met een vader die haar mishandelde en kwam om die reden op haar veertiende terecht in een leefgroep. Ze had nooit verwacht dat ze van slachtoffer zou veranderen in pleger. “Toen ik uit huis ging heb ik niet verwerkt dat mijn vader mij mishandelde, ik heb in de leefgroep vooral geleerd zelfstandig te worden zodat ik op mijzelf kon wonen.” Hoewel Sylvia daarna een relatie kreeg met een lieve man, gebruikte ze toch geweld tegen hem. “Als ik bang, verdrietig, boos of gekwetst was moest ik dat fysiek kwijt. Onze ruzies gingen altijd gepaard met een hoop geschreeuw en zodra ik geen woorden meer had, werd ik fysiek. Toen ik op een gegeven moment een grote fauteuil naar mijn vriend gooide, schrok hij enorm en is hij weggegaan. De volgende dag belde hij me omdat hij vond dat ik hulp nodig had en niet lang daarna werd ik opgenomen in een ggz-instelling.”

Tijdens haar opname verwerkte Sylvia wel een ander trauma uit haar jeugd – ze werd misbruikt door haar opa – maar de mishandeling door haar vader bleef onbesproken. “Ik denk dat het geweld dat ik zelf gebruikte daardoor niet stopte.” Haar relatie ging uit en later leerde ze haar echtgenoot kennen. Ook in hun huwelijk was sprake van huiselijk geweld. “Mijn man heeft mij nooit teruggeslagen, hij liep altijd heel rustig weg als ik hem iets aandeed.”

Sylvia is slechts één van de vele vrouwen die huiselijk geweld heeft gebruikt tegen mannen. Naar schatting is in veertig procent van de situaties waarin huiselijk geweld aan de orde is (ook) sprake van mannenmishandeling: in huiselijke kring worden jaarlijks zo’n 80.000 mannen ernstig mishandeld. Net als bij geweld tegen vrouwen kan de mishandeling zowel fysiek als psychisch, seksueel of financieel van aard zijn. Ook online geweld en stalking kunnen vormen zijn van partnergeweld.

UITGELACHEN BIJ AANGIFTE
Maar weinig mannen vragen om hulp: slechts 0,5 tot 0,75 procent van de 80.000 mishandelde mannen klopt aan bij de mannenopvang, schat Adrie Vermeulen, werkzaam bij de mannenopvang van hulpverleningsorganisatie Moviera in Utrecht. “Dat heeft te maken met de beeldvorming die er is rondom huiselijk geweld: bij slachtoffers denken we aan vrouwen en bij daders denken we aan mannen. Mannen zullen daarom niet snel vertellen dat zij slachtoffer zijn, bang om neergezet te worden als mietje. Een man laat zich niet slaan, is de algemene opvatting.” Mannen zijn ook bang om niet te worden geloofd, weet Vermeulen. “Toen ik in 2009 begon als zorgcoördinator van de mannenopvang in Utrecht was dat ook de realiteit. Mannen die aangifte
kwamen doen, werden op het politiebureau gewoon uitgelachen door agenten en soms in eerste instantie zelfs neergezet als verdachte. Ik ken een slachtoffer dat een nacht in de cel heeft gezeten omdat de agenten er meteen van uitgingen dat hij wel degene zou zijn geweest die geweld had gebruikt.”

De mannenopvang in Utrecht, waar Vermeulen werkt, was samen met drie andere locaties in Nederland zelfs de eerste ter wereld, weet Vermeulen. Inmiddels kent Nederland er zes die worden gerund door verschillende organisaties. Mannen kampen niet alleen met vooroordelen vanuit de samenleving, maar ook met hun eigen mannelijke trots, merkt Vermeulen aan de slachtoffers die hij begeleidt. “Mannen worden gezien als het sterke geslacht, als degenen die alles onder controle hebben. Natuurlijk is dat beeld niet reëel, maar mannen willen wel graag aan die verwachtingen voldoen. Als dat niet lukt, bijvoorbeeld omdat ze thuis mishandeld worden, schamen ze zich en denken ze dat ze er zelf schuld aan hebben. Vaak zoeken mannen pas
na vijf tot zeven jaar hulp.”

Schaamte speelde ook een grote rol bij Tim* (47), die pas na jaren aangifte deed tegen zijn vrouw met wie hij op dat moment niet meer samen was. De politie wilde zijn aangifte in eerste instantie niet eens opnemen. “Ik moest veel moeite doen voordat ik überhaupt aangifte mocht doen. De agenten die ik sprak bagatelliseerden het: een keertje geslagen worden is toch niet zo erg? Je moet ook wat kunnen incasseren als man.” Ook mannen onder elkaar zijn veel minder open dan vrouwen, denkt Tim. “Een vrouw die slachtoffer is wordt omarmd door haar vriendinnen, maar een man wordt gezien als zwakkeling. Vrienden zeggen al snel: kom op, we nemen een biertje en gaan weer door. Daardoor ben je als man bijna kwetsbaarder dan als vrouw.”

Emotionele mishandeling wordt überhaupt niet serieus genomen, merkt Tim, terwijl fysieke mishandeling vrijwel nooit op zichzelf staat. “Bij mij begon het met emotionele mishandeling, mijn ex-vrouw deed altijd heel denigrerend naar mij toe. Als ik bijvoorbeeld een dag thuis was en de hele dag druk was geweest, kwam zij thuis en benoemde altijd dat ene ding dat ik niet had gedaan, alsof ik haar slaaf was. Vaak volgde dan een enorme scheldpartij. Pas na een aantal jaren werd ze ook fysiek gewelddadig. Uiteindelijk werd ik dagelijks denigrerend behandeld en geslagen.” Ook na het beëindigen van de relatie ging de mishandeling door. “Toen ik onze kinderen een keer terugbracht kwam mijn ex al slaand achter mij aan en ik kan je vertellen dat een vrouw die boos is, net zo hard slaat als een man. Nadat ze een deuk in de muur had getrapt, zette ze haar nagels in mijn arm, zo hard dat het bloedde. Eigenlijk had ik toen naar de politie moeten gaan, maar ik durfde niet en op een later moment had ik geen bewijs meer.”

De lichamelijke pijn is Tim inmiddels vergeten, maar de emotionele schade blijft, vertelt hij. “Hoewel we al jarenlang uit elkaar zijn, raakt de mishandeling mij nog dagelijks. Ik vertrouw mensen niet meer zomaar en vind het lastig om altijd eerlijk te zijn tegen mijn huidige vrouw, uit angst om uitgescholden te worden. Als ik in een drukke periode zit, heb ik ook ’s nachts nog last van wat er is gebeurd, ondanks de traumaverwerkingstherapie.” Bovendien vindt de psychische  mishandeling nog steeds plaats. “Dat gebeurt via onze kinderen. Mijn ex zorgt ervoor dat ik ze niet te zien krijg, ondanks een duidelijke omgangsregeling. Ik weet nog dat ik naar de andere kant van het land was gereisd om ze te zien, om daar een appje te krijgen waarin ze liet weten de kinderen niet mee te geven. Inmiddels is het ruim een jaar geleden dat ik ze gezien heb.”

MANIPULATIEF EN INTIMIDEREND
Hulpverlener Adrie Vermeulen ziet dat mannen die bij zijn organisatie aankloppen vaak te maken hebben met zowel fysiek als psychisch geweld, waarbij psychisch geweld meestal de overhand heeft. “Mannen worden bijvoorbeeld vernederd, gekleineerd of neergezet als sukkel, ook in het bijzijn van familie en vrienden. Wat dat betreft verschillen vrouwelijke plegers van mannelijke: vrouwen zijn manipulatiever, intimiderender en verbaal veel sterker.” Nog een belangrijk verschil is dat mannelijke slachtoffers pas veel later hulp zoeken, áls ze dat al doen. “Ze zoeken veelal pas hulp als ze al ontzettend lang in hun auto slapen of op straat staan. Tegen die tijd hebben de problemen zich
al opgestapeld, niet alleen psychisch maar vaak ook financieel.” De mannen kunnen terecht bij een van de zes opvanglocaties die samen veertig plekken hebben. “Dat is natuurlijk heel weinig, helemaal als je dit aantal plaatst naast de tweeëntwintighonderd plekken die er voor vrouwen zijn.” Vermeulen zou graag zien dat mannen eerder aan de bel trekken, maar daarvoor is het taboe nog te groot, denkt hij. “Gelukkig is er al veel veranderd in de beeldvorming, maar nog steeds moeten
we knokken voor meer openheid en begrip. Ik zou het mooi vinden als er vanuit de overheid eens een voorlichtingsfilmpje over huiselijk geweld kwam waarin de man het slachtoffer is.” Sylvia heeft hulp gezocht voor haar problemen en het huiselijk geweld achter zich kunnen laten. Nu zet  ze zich in als ervaringsdeskundige om het taboe op huiselijk geweld te doorbreken en om andere vrouwelijke plegers en ex-plegers te helpen. Bij trainingen aan wijkteams vertelt ze open over haar verleden. “Zo
leren professionals die met huiselijk geweld te maken krijgen verbinding te zoeken met zowel het slachtoffer als de pleger. Mensen hebben al snel een oordeel over een situatie, maar doordat ik een open boek ben begrijpen anderen steeds beter hoe situaties van huiselijk geweld ontstaan en hoe ze daarmee om kunnen gaan.”

*Tim is niet de echte naam

 SLUIT